‘Blanke man, ik wil die God leren kennen. Hier heb ik een geldstuk.’ Hij legde het geldstuk op tafel en dacht: ‘Is uw God nu tevreden met mij?’
Geef Mij je hart
Het was op het zendingsveld. Een Indiaan wilde de God van de blanke man leren kennen. Hij kwam dus naar de dienst van de zendeling. Aan het einde van de dienst kwam de Indiaan naar voren en zei: ‘Blanke man, ik wil die God leren kennen. Hier heb ik een geldstuk.’ Hij legde het geldstuk op tafel en dacht: ‘Is uw God nu tevreden met mij?’
De zendeling had dit door; hij gaf het geldstuk weer terug en zei: ‘De God van de blanke man, de God van de Bijbel, de God Die hemel en aarde geschapen heeft, heeft uw geld niet nodig. Hij heeft geld genoeg.’ Toen ging de Indiaan met een vraagteken weg. Wat moest hij dán doen om aangenaam te zijn bij de God van die blanke man?
De volgende week kwam hij weer terug in de samenkomst. Nu had hij niet alleen geld bij zich, maar ook nog een tijgerhuid. Hij legde het geld en de huid op de tafel en zei: ‘Blanke man, is uw God nu tevreden met mij?’ Maar de zendeling gaf alles weer terug en zei: ‘Nee, God heeft tijgers genoeg.’ De Indiaan was helemaal radeloos.
De volgende week kwam hij wéér terug; hij legde niet alleen een geldstuk en een tijgerhuid, maar ook zijn geweer op de tafel. Maar hij mocht het allemaal weer mee terug nemen. Toen kwam hij voor de laatste keer terug. Hij kwam weer naar voren en ging zélf op de tafel liggen. Toen zei de zendeling: ‘Ja, God wil niet het jouwe, God wil jóu.’
Toen had hij het begrepen. God vraagt niet jouw gaven, God vraagt je hart!