Welkom op deze nieuwe site! Veel plezier met rond kijken mocht je verbetervoorstellen hebben dan horen we het graag.

Vertelschets over Pasen

Deze vertelschets gaat over Lukas 24:1-12 en hoort bij les C1.42 van het zondagsschoolmateriaal van het LCJ.

Bijbelgedeelte: Lukas 24:1-12

Context
De Heere Jezus is gestorven en begraven. Enkele vrouwen waren bij de begrafenis aanwezig. De vrouwen wisten dus precies waar het graf was. Ze hadden gezien dat de Heere Jezus in het graf werd gelegd en dat de steen er voor gerold werd. Toen ze weer thuis kwamen, hebben ze, nog voor de sabbat begon, specerijen en mirre klaargemaakt. Op de sabbat zelf hebben ze gerust.

Kerntekst
Lukas 24:6 Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan.

Doelstellingen

  • De kinderen beseffen hoe heerlijk het is dat de Heere Jezus is opgestaan.
  • Ze leren er iets van dat door de opstanding het verlossingswerk voltooid is.

Zingen

  • Psalm 21:4; 72:11; 136:1
  • UAM - Er juicht een toon
  • UMK - Maria, waarom huil je? / Ik zeg het ieder, dat Hij leeft / De Heer’ is waarlijk opgestaan

Geloofsleer

  • HC zondag 17 - De opstanding van Christus

Introductie
Als iemand is gestorven van wie je veel houdt, hoe voel je je dan? Waarom ben je dan verdrietig?
Wat kun je dan allemaal niet meer doen?
(Ga wel na of er kinderen in je groep zijn die kort geleden van dichtbij een sterfgeval hebben meegemaakt, en of die er wel over willen praten of juist niet).

Beginzin
Het is nog heel vroeg. Buiten is het nog bijna helemaal donker. De meeste mensen slapen nog.

Vertelschets

  • Maar over de weg lopen toch al een paar vrouwen. Maria Magdalena en Johanna en Maria en nog een paar vrouwen. Kijk eens naar hun gezichten. Wat kijken ze verdrietig! Er zijn tranen in hun ogen. Omdat de Heere Jezus is gestorven! Ze hielden zoveel van Hem. Ze gingen steeds met Hem mee. Maar nu is Hij er niet meer. Nu is Hij gestorven. Nu kan Hij nooit meer met hen spreken. Nu kan Hij hen nooit meer over God vertellen. Nu ligt de Heere Jezus in een graf in de mooie tuin van Jozef. In de tuin is een rots. Daarin is een groot gat. Daar ligt de Heere Jezus in. En voor het gat ligt een grote steen. Dat is de deur van het graf.
  • Dáár gaan de vrouwen naar toe. Ze willen graag heel dicht bij de Heere Jezus zijn. Ook al kan Hij niet meer met hen praten. Ook al kan Hij hen niet meer aankijken. Ze willen toch graag heel dicht bij Hem zijn. Ze hebben ook iets meegenomen. Het zijn bladeren van plantjes die heel lekker ruiken. Die willen ze bij de Heere Jezus neerleggen.
  • De vrouwen komen in de tuin. Maar de mooie bloemen zien ze niet. En de vogels die beginnen te zingen, horen ze niet. Zo verdrietig zijn ze. Ze denken alleen maar aan de Heere Jezus. Over het pad door de tuin lopen ze naar het graf toe. En dan schrikken ze… Want de grote steen, die voor het graf moet liggen, is weg… Hoe kan dat nu? Dat mag toch helemaal niet? Ze lopen snel verder. Ze bukken om in het graf te kijken… en dan zien ze… niets. Het graf is leeg! De Heere Jezus is weg! Hij is niet meer in het graf! Dat is erg! Hoe kan dat nu? Waar is Hij nu? Ze praten erover met elkaar.
  • Maar dan schrikken ze nog veel erger! Want ineens is het helemaal licht. Er staan twee mannen bij hen met heel witte kleren aan. Zo wit, dat je er zere ogen van krijgt. De vrouwen worden bang. Ze slaan hun handen voor hun ogen en ze kijken naar de grond. Wat is dit toch allemaal? De twee mannen die bij hen staan, zijn engelen van de Heere.
  • De engelen zeggen: ‘De Heere Jezus is hier niet, want Hij is opgestaan. Hij is weer levend geworden. Weten jullie het dan niet meer? Dat heeft Hij toch tegen jullie gezegd, toen Hij nog bij jullie was? Toen zei de Heere Jezus: ‘Eerst moet Ik sterven, maar daarna zal Ik weer levend worden.’
  • Ja, nu weten de vrouwen het weer. Wat erg dat ze dat helemaal vergeten zijn! Dat ze helemaal niet goed hebben geluisterd naar wat de Heere had gezegd. Dat ze dat niet hebben onthouden.
  • Maar de vrouwen worden ook heel blij. Want de Heere, van Wie ze zoveel hielden, is niet meer gestorven. Hij is weer levend geworden. Dan kunnen ze toch weer met Hem praten! Dan kunnen ze toch weer bij Hem zijn. Dat is heerlijk! Nu is al het erge helemaal voorbij. Nu kan het weer helemaal goed worden tussen God en de mensen.
  • Als je veel van de Heere Jezus houdt, net als die vrouwen, dan wordt het ook helemaal goed tussen God en jou. Dan is de Heere niet boos meer over de stoute dingen, de zonde, die je hebt gedaan. Die wil Hij je dan vergeven.
  • ‘Kom’, zeggen de vrouwen tegen elkaar, ‘dat moeten we gauw aan de discipelen gaan vertellen. Dan worden zij ook blij!’ En ze lopen vlug weg uit de tuin, achter elkaar aan, om snel naar de discipelen te gaan. Ze weten wel waar de discipelen zijn. Even later zijn ze al bij het huis. Ze kloppen op de deur. Nog een keer. Dan gaat de deur een heel klein stukje open. Het is één van de discipelen. Wat kijkt hij verdrietig! ‘Luister eens’, zeggen de vrouwen, ‘je hoeft niet meer verdrietig te zijn! Want de Heere Jezus is weer levend geworden! Hij is niet meer in het graf. Hij is niet meer gestorven.’ Blij kijken ze de discipelen aan.
  • Maar de discipelen kijken helemaal niet blij! Ze schudden hun hoofd. Ze zeggen: ‘Dat kan helemaal niet. Als iemand is gestorven, kan Hij niet meer levend worden. Jullie zeggen maar wat. Het is helemaal niet waar.’ ‘Nou’, zegt één van de vrouwen, ‘maar de Heere Jezus heeft het toch Zelf gezegd! Dat Hij eerst zou sterven en daarna weer levend worden?’ Maar de discipelen halen hun schouders op. Ze zijn vergeten wat de Heere Jezus heeft gezegd. Ze geloven er niets van. En ze zijn nog steeds verdrietig.

Slotzin
Maar de vrouwen? De vrouwen niet! Zij zijn blij! Want ze weten dat de Heere Jezus leeft.

Gesprek
Waarom waren de vrouwen eerst verdrietig? Wat waren ze vergeten? Kunnen ze de Heere Jezus zien in het graf? Waarom zijn ze nu blij?
Waarom is het zo fijn dat de Heere Jezus weer levend is geworden?

Samenvatting
Maria Magdalena, Johanna en Maria de moeder van Jakobus gaan op de eerste dag van de week vroeg naar het graf van de Heere Jezus. Als ze daar komen, vinden ze het lichaam van de Heere Jezus niet. Twee mannen in blinkende kleden vragen aan hen waarom ze de Levende bij de doden zoeken. Ze vertellen dat Hij is opgestaan, zoals Hij gezegd had. Ze gaan terug naar de discipelen en vertellen wat ze gezien en gehoord hebben. Veel geloven hen niet, maar Petrus staat op en gaat kijken. Hij verwondert zich over wat er gebeurd is.

Vragen

  1. Wie gaan er bij het graf kijken?
  2. Wie komen ze daar tegen?
  3. Wat zeggen ze?
  4. Geloven de discipelen de vrouwen?
  5. Wie gaat er wel kijken?



Nog beter in vorm raken?

Wij komen graag langs voor toerusting op maat! Bekijk de dienstenpagina voor ons aanbod of stel je vraag via lydia@goedinvorm.nu.

NEEM CONTACT OP

Heb je een tip?

Deel met ons je idee!

STUUR JE TIP IN

Les C1.42

Alles van

Bijbeluitleg over Lukas 24:1-12

10 november 2020
Deze exegese gaat over Lukas 24:1-12 en hoort bij les C1.42 van het zondagsschoolmateriaal van het LCJ.
+
Ontwikkeld door
LCJ

Lukas 24:6a met uitleg

22 december 2020
Deze Bijbeltekst met daarbij een korte uitleg hoort bij les C1.42 van de zondagsschoolmethode van het LCJ.
+
Ontwikkeld door
LCJ

Psalm 9:11 met uitleg

22 december 2020
Dit Psalmvers met daarbij een korte uitleg hoort bij les C1.42, C1.43, C3.1 en C3.2 van de zondagsschoolmethode van het LCJ.
+
Ontwikkeld door
LCJ

Verwerking - Pasen

22 december 2020
Deze verwerking hoort bij les C1.42 van de zondagsschoolmethode van het LCJ.
+
Ontwikkeld door
LCJ

Uitgelichte items

Avondmaal

30 oktober 2020
Het Avondmaal laat zien dat de Heere Jezus Zijn lichaam en bloed geofferd heeft tot vergeving van de zonden. Als je door het geloof het Avondmaal …
+
Ontwikkeld door

Belijdenis doen

5 januari 2021
Ik zou het als een grote zegen zien als jij door deze inleiding een verlangen krijgt naar het doen van openbare geloofsbelijdenis, omdat de Heere …
+
Ontwikkeld door
LCJ

Stel je eigen inspiratielijst samen

Voeg met behulp van het gele plusje items toe aan je inspiratielijst. Alles in één lijstje overzichtelijk bij elkaar voor jouw clubavond of activiteit!