Bijbelstudie - 'Wat heb je eigenlijk aan de doop?'

Door deze bijbelstudie ga je met je jongeren het gesprek aan over de betekenis van de doop.

Voor veel jongeren heeft de doop nauwelijks meer betekenis dan dat je in het adressenboekje van de kerk belandt. Deze Bijbelstudie helpt jongeren om beter te begrijpen wat God eigenlijk allemaal beloofd heeft bij hun doop.

Lezen: Hebr. 6: 9-20
Zingen: Psalm 93 (“Al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan!”)

Intro:
Laat jongeren deze zin afmaken: “Dat ik gedoopt ben, betekent voor mij …”
Dit kan plenair, maar ook (eerst) in tweetalen.
Besteed nadrukkelijk ook aandacht aan aanwezige kinderen die misschien niet gedoopt zijn. Waarom zouden zij wel/niet gedoopt willen worden?

  • Bespreek de antwoorden.
  • Stel vervolgens een verdiepingsvraag: Heeft de doop ook betekenis als je er zelf niet (meer) in gelooft? Geldt je doop dan nog wel? Waarom wel/niet?

Kernwoord in deze Bijbelstudie is ‘hoop’. Daarmee verwijst de schrijver van Hebreeën naar 1) wat God belooft en waarom je doop dus altijd geldig blijft, en 2) hoe we deze hoop kunnen/moeten vasthouden, en dus aangespoord worden om in geloof te antwoorden op wat in doop is beloofd.

1 - Wat God aan ons belooft
In de doop wordt aan de kinderen nogal wat beloofd! In Hebreeën 6 wordt hier telkens naar verwezen met het woordje ‘hoop’.

  • Stel jongeren de vraag: Waar hoopt de schrijver op? Noteer hun reacties.
  • Vul eventueel aan als ze er zelf niet uitkomen: “betere dingen” (vs. 9), “de zaligheid” (vs. 9), “verkrijgen van de belofte” (vs. 12 en 15), “troost” (vs. 18), “zekerheid” (vs. 19).
  • Vervolgvraag: mag je naar aanleiding van je doop hoop hebben dat je ook daadwerkelijk verlost bent? Waarom wel/niet?

Verdeel de groep in een aantal kleinere groepjes. Hieronder volgen stukjes uit achtereenvolgens het doopformulier, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Catechismus. Verdeel deze teksten over het aantal groepjes. Laat de groepjes eerst de tekst voor zichzelf lezen.

Doopformulier
Ten tweede, betuigt en verzegelt ons de Heilige Doop de afwassing der zonden door Jezus Christus. Daarom worden wij gedoopt in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Want als wij gedoopt worden in den naam des Vaders, zo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom van alle goed ons verzorgen, en alle kwaad van ons weren, of ten onzen beste keren wil.

En als wij in den naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wast in zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap zijns doods en zijner wederopstanding inlijvende, alzo dat wij van al onze zonden bevrijd, en rechtvaardig voor God gerekend worden.

Desgelijks als wij gedoopt worden in den naam des Heiligen Geestes, zo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig Sacrament, dat Hij in ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk, de afwassing onzer zonden, en de dagelijkse vernieuwing onzes levens, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.

Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 34
Onze Heere geeft hetgeen door het sacrament beduid wordt, te weten de gaven en onzienlijke genaden, wassende, zuiverende en reinigende onze zielen van alle vuiligheden en ongerechtigheden, en onze harten vernieuwende en die vervullende met alle vertroosting, ons gevende een ware verzekerdheid Zijner Vaderlijke goedheid, ons den nieuwen mens aandoende, en den ouden uittrekkende met al zijn werken. (…)
En voorwaar, Christus heeft Zijn bloed niet minder vergoten om de kinderkens der gelovigen te wassen, dan Hij gedaan heeft om de volwassenen. En daarom behoren zij het teken te ontvangen en het sacrament van hetgeen, dat Christus voor hen gedaan heeft.

Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 74
Vraag: Zal men ook de jonge kinderen dopen?

Antwoord: Ja het; want mitsdien zij alzowel als de volwassenen in het verbond Gods en in Zijn gemeente begrepen zijn, en dat hun door Christus' bloed de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, niet minder dan den volwassenen toegezegd wordt, zo moeten zij ook door den Doop, als door het teken des verbonds, der christelijke kerk ingelijfd en van de kinderen der ongelovigen onderscheiden worden.

  • Onderstreep of markeer alle werkwoorden. Wat doet God eigenlijk allemaal volgens deze teksten? (Betuigen, verzegelen, etc. etc.)
  • Bespreek daarna wat God hiermee aan ons belooft. Schrijf het desnoods op.
  • Persoonlijk: realiseer je je altijd de rijkdom van de doop? Troost het je, of staat het ver van je af? Wat helpt je om je deze beloften elke keer te binnen te brengen?

2 - Het aannemen van deze beloften
Hebreeën is op een hele indringende toon geschreven. De auteur maakt zich zorgen of gelovigen toch niet achterblijven of zelfs van het geloof afvallen (vs. 4-6). Hij dringt er daarom op aan om niet van een afstandje naar deze beloften te blijven kijken, maar om ze aan te nemen en daaraan vast te houden.

  • Neem Hebreeën 6 nog eens voor je. Wat wil de schrijver van Hebreeën bereiken bij zijn lezers? Noteer de reacties.
  • Vul eventueel aan als ze er zelf niet uitkomen: “Naarstigheid” of “inzet” (vs. 11), “niet traag” (vs. 12), “navolging” (vs. 12), “troost” (vs. 18), “toevlucht nemen” (vs. 18), “vasthouden” (vs. 18).
  • Vervolgvraag: herken je dit bij jezelf? Wat doen deze aansporingen met je? Ga je op deze manier om met wat er in de doop aan jou is beloofd?

Afsluiting
Misschien leven er in de groep vragen over het ‘aannemen van de beloften’. Iemand als John Bunyan kwam deze vragen ook tegen en schreef er een prachtig boek over: “Komen tot Jezus Christus. Hoe zondaren tot Hem komen en waarom ze bij Hem welkom zijn.” In dit boek gaat hij onder andere in op de vraag of Christus het wel meent als Hij mensen tot Hem roept. Bunyan gebruikt dan Hebreeën 6 om dit te weerleggen:

“Stel dat Jezus Christus degene die tot Hem komt, ooit zou laten denken dat Hij hem zal uitwerpen. Dan moet Hij hem ook toestaan de eed van Zijn Vader in twijfel te trekken, die Hij in waarheid en gerechtigheid gezworen heeft, namelijk dat zij "die de toevlucht genomen hebben tot Jezus Christus een sterke vertroosting zouden hebben" (Hebr. 6:18). Maar dit kan Hij niet toestaan en daarom kan Hij ook niet toelaten dat de zondaar die tot Hem komt, ooit zou denken dat Hij hem zal uitwerpen.”
(John Bunyan, Komen tot Jezus Christus, p. 181)





Auteurs

Nog beter in vorm raken?

Wij komen graag langs voor toerusting op maat! Bekijk de dienstenpagina voor ons aanbod of stel je vraag via henriette@goedinvorm.nu.

NEEM CONTACT OP

Heb je een tip?

Deel met ons je idee!

STUUR JE TIP IN

Uitgelichte items

Avondmaal

30 October 2020
Het Avondmaal laat zien dat de Heere Jezus Zijn lichaam en bloed geofferd heeft tot vergeving van de zonden. Als je door het geloof het Avondmaal …
+
Ontwikkeld door

Belijdenis doen

5 January 2021
Ik zou het als een grote zegen zien als jij door deze inleiding een verlangen krijgt naar het doen van openbare geloofsbelijdenis, omdat de Heere …
+
Ontwikkeld door
LCJ