Zo tegen de zomer krijg je regelmatig de vraag: “Gaan jullie nog weg?” En na het uitwisselen van wat vakantieplannen klonk regelmatig de wens: “Geniet lekker van de rust!” Een mooie wens, en vast ook goedbedoeld, maar wat betekent dat: genieten van de rust?
Christenen zijn, als het goed is, vertrouwd met het nemen van rust. Wekelijks ontvangen we de zegen van een rustdag uit Gods goede hand. Hij, Die Zelf rustte op de zevende dag van al Zijn werken, laat ons delen in een ritme van regelmatige rust. De wekelijkse rustdag is een goed voorbeeld van wat rust betekent voor een christen.
Rusten begint ermee dat je dingen nalaat die je anders wel doet. Dat is ook de strekking van het vierde gebod: geen werk verrichten. Je maakt bewust tijd vrij en je creëert even ruimte in je hoofd en hart. Je mag alle sores even loslaten. De catechismus gaat nog een stap verder: rust betekent dat ik al de dagen van mijn leven van mijn boze werken zal rusten (HC zondag 38). De rust op zondag en in je vakantie is een noodzakelijke randvoorwaarde, waardoor rust tot zijn uiteindelijke doel kan komen. Je neemt een aantal maatregelen om te zorgen dat de rustdag of vakantie ook echt afgebakende tijd is: een automatische mailbeantwoording, een seintje aan collega’s om je niet lastig te vallen en apparaten zoals laptop en telefoon uitlaten. Dat laatste is sowieso een goed idee om vaker te doen, ook tijdens werkdagen...
Rusten gaat namelijk verder dan een paar dingen nalaten: het biedt ruimte en tijd voor andere dingen. Ook deze zomer lopen er bijvoorbeeld diverse initiatieven om meer tijd te nemen voor Bijbellezen en gebed. Een goede zaak! Het is opvallend dat voor de Heere Jezus de sabbat best een actieve dag was. Het was voor Hem een kans om naar de synagoge te gaan (‘naar Zijn gewoonte’, dat was dus het normale patroon). Zoals de catechismus het zegt: dat ik tot de gemeente van God zal komen om Gods Woord te horen. Maar daarnaast was de sabbat geen dag om te luieren: juist deze dag bood een uitgelezen kans om werken van barmhartigheid te verrichten. Veel genezingen vonden zodoende juist plaats op de sabbat. De ruimte van de sabbat creëerde de gelegenheid om goed te doen aan anderen. Misschien geeft dit nog inspiratie voor de vakantie: wie zou je altijd nog eens bezoeken, maar er kwam nooit van? Wat heb je het afgelopen jaar beloofd om te doen, maar werd vergeten in alle drukte? Genieten van je rust betekent ook dat je mag genieten van het uitvoeren van dit soort voornemens. Je hebt er nu de rust voor!
Rusten betekent ook vooruitkijken. Juist op momenten dat je tot rust komt, ga je ‘grote vragen stellen’: je gaat dingen verwerken, je gaat reflecteren en je denkt na over hoe het in je leven gaat. Je kijkt vooruit naar een nieuw seizoen en in je hoofd poppen misschien gedurende de vakantie al ideeën op voor het moment dat de rustperiode er weer op zit. Ook dit perspectief zit verweven in het onderwijs van de catechismus. Daarin wordt erop gewezen dat we in dit leven de eeuwige sabbat al aanvangen. Wat een geweldig perspectief! Rustperiodes in dit leven zijn momenten om vooruit te blikken naar de hemelse heerlijkheid, waarvan Hebreeën 9 zegt dat er een rust overblijft voor het volk van God. Genieten van de eeuwige rust!
1 Rust, mijn ziel! uw God is Koning,
heel de wereld Zijn gebied;
Alles wisselt op Zijn wenken,
maar Hij zelf verandert niet.
2 Ieder woelt hier om verand’ring,
en betreurt ze dag aan dag.
Hunkert naar hetgeen hij zien zal,
wenst terug 't geen hij eens zag.
3 Rust, mijn ziel! uw God is Koning,
wees tevreden met uw lot;
Zie, hoe alles hier verandert,
en verlang alleen naar God.