Welkom op deze nieuwe site! Veel plezier met rond kijken mocht je verbetervoorstellen hebben dan horen we het graag.

Kaarsen of olielampen

Geen egoïst en toch als ambtsdrager aan uzelf denken.

Een bekend lied wat kinderen op de zondagsschool of kinderclub wel leren is: ‘Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes, brandend in de nacht…’ Jaren daarna hoorde ik een predikant eens iets zeggen wat daarop leek. Hij zei: ‘een christen is een kaars die licht verspreidt door zelf te verteren.’ Dat is een ontroerend beeld. Christen zijn is een kaars zijn, licht en liefde verspreiden in een donkere en liefdeloze wereld. Je kunt alleen maar licht verspreiden door niet aan jezelf te denken, door langzaam zelf op te branden. De spreker zei er nog net niet bij dat de beste christen een kaars is die aan twéé kanten opbrandt, want dan verspreidt hij dubbel zo veel licht…

Zou dat waar zijn? Ja, wij zijn geroepen om als kinderen van het licht te leven (Efeze 5:8). Waar staat echter in de Bijbel dat wij om licht te verspreiden zelf moeten verteren? Dat kán, maar moet het ook? Als ik zelf verteerd ben, kan ik toch geen licht meer verspreiden? Als ik alleen maar aan anderen denk en nooit aan mijzelf, houd ik het toch niet vol om lief te hebben? Ik denk dat een meer bijbels beeld dat van de olielamp is. Wij mogen licht verspreiden als een olielamp. Die lamp moet echter wel elke keer gevuld worden. Ik kan alleen maar aan anderen denken, als ik ook voor mezelf blijf zorgen. Ik heb ook aandacht nodig. Ik heb ook vakantie nodig. Ik kan niet altijd zin maken om een ander te helpen, als ik zelf uitgeput ben. Als ik al mijn eten weggeef kom ik om van de honger en kan ik niemand meer helpen. Ik heb daarom zelf ook goede maaltijden nodig.

Als ambtsdrager loopt u het gevaar inderdaad te verteren als u geen tijd maakt om te ontspannen en u te voeden met het Woord van God. Voor uw eigen persoonlijk geestelijk leven is rust nodig. Rust, stilte, een open Bijbel en gevouwen handen. Om zo het hele hart voor de Heere uit te storten, onderwezen te worden door Hem. Vrede te vinden bij Hem. Zonden te belijden. Vergeving te vragen en te ontvangen. Op te laden en nieuwe krachten op te doen. En zo te leven als een olielamp die met regelmaat gevuld wordt met nieuwe brandstof.

Zo eenvoudig ligt het. De Bijbel bevat vele malen en op veel manieren geformuleerd de oproep tot liefhebben van anderen. Tegelijk wordt het in de Bijbel normaal gevonden om aan onszelf te denken. Dat laatste is dan geen egoïsme, maar de gewone zorg van een mens voor zichzelf. Wilt u illustraties? Denk maar aan de bijbelse geschiedenissen. Verloochende David zich tegenover koning Saul? Jazeker, meer dan eens. David spaarde zijn leven, terwijl hij hem had kunnen doden. Liet David echter over zich heenlopen door Saul? Beslist niet. David kwam óók op voor zichzelf en zei Saul dikwijls de waarheid. Je kunt ook aan bijbelteksten denken. Hoor maar wat Paulus zegt in Fil. 2:4 (HSV) ‘Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is.’ Dat is toch prachtig gezegd? Natuurlijk mag u aan uw eigen belangen denken. U mag dat alleen niet zó doen dat een ander erdoor in de knel komt. In de gemeente van Christus denken we éérst aan de ander en dan pas aan onszelf. Dat laatste mag dus wel. Overigens is het denken aan de ander wederzijds. Mijn broeder moet eerst aan mij denken en ik eerst aan hem. In dat liefhebben over-en-weer komen ieders belangen aan bod en heeft iedereen het naar zijn zin. Zo gaat het toch ook in een goedlopend gezin? Het gaat fout tussen mij en mijn broers als ik alleen maar aan mezelf denk. Het gaat ook fout als ik nooit aan mezelf denk, want dan houd ik het niet vol om lief te hebben en gaan mijn broers mij irriteren..

In Lucas 10:25-42 lezen we het meest duidelijk over de verhouding tussen aan-een-ander-denken en aan-mijzelf-denken. Er staan daar twee verhalen die elkaar aanvullen. Het eerste verhaal is van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Het tweede verhaal gaat over Jezus in het huis van Martha en Maria.
Die Samaritaan had niet om een gewonde langs de kant van de weg gevraagd. Wat hij meemaakte gooide zijn plannen voor die dag compleet over de kop. Maar hij verloochende zichzelf. Hij wijzigde zijn reisschema. Bewust koos hij ervoor om eerst te denken aan de belangen van die gewonde man. De priester en de leviet durfden niet te helpen of hadden, dachten ze, geen tijd om te helpen. Wij zouden ze nu ego-trippers noemen. Ze dachten alleen aan hun eigen belang, hun eigen veiligheid en hun eigen planning voor die dag. Die twee vrome broeders deden het dus fout. Die Samaritaan deed het goed. Hij mopperde niet (‘Waarom moet ik altijd helpen…?’). Hij greep kordaat en liefdevol in en bracht de gewonde in veiligheid. Let nu even goed op. De Samaritaan vergat zichzelf niet.

Zelfverloochening kan prima samengaan met eerlijk aan uzelf denken. Hij bleef een nacht bij de gewonde. En de andere dag dacht hij na over wat hij nog kon en wilde doen. ‘Ik kan geld geven. Ik wil over enige tijd terugkomen om te kijken hoe het gaat en om te vragen of er nog meer geld nodig is. Verder moet nu de herbergier maar voor de gewonde zorgen. Ik zet mijn reis voort.’ Is het u ooit opgevallen dat de Samaritaan niet bij de gewonde bleef tot hij beter was? Dat had die beste man waarschijnlijk niet volgehouden. Hij was zich dan zelf ook slachtoffer gaan voelen. Het zou hem gaan ergeren dat zijn eigen werk zo lang bleef liggen en dat niemand hem kwam aflossen. Is het u echter ook ooit opgevallen dat de Heere Jezus déze Samaritaan ons ten voorbeeld stelt? De man die eerst aan de gewonde denkt maar daarna gewoon ruimte vraagt voor zijn eigen agenda? Dat is nu christelijke, gezonde assertiviteit!

Direct hierop volgt het bezoek van Jezus aan Martha en Maria. Martha loopt te dienen. Zij lijkt daarmee te doen, wat de Heere Jezus net gevraagd heeft in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Dat is echter niet waar. Martha verloochent zichzelf helemaal niet. Martha dient halfhartig. Ze doet het omdat het moet, maar ze is er niet blij mee. Ze klaagt over haar zus en veroordeelt haar. Dat is pas liefdeloos! Bovendien doet ze dat aan het verkeerde adres, bij Jezus, in plaats van bij haar zus op wie ze boos is dat die niets doet. Nu hoopt ze dat Jezus voor haar partij kiest. Dat gebeurt dus mooi niet. Jezus vermaant Martha en prijst Maria.

Ziet u dat de Bijbel niet van ons vraagt dat wij domweg altijd dienen en zo spelen dat we de minste zijn? Maria wordt geprezen omdat ze het goede deel gekozen heeft: naar de Heere Jezus luisteren. Die vindt het best dat Maria heeft nagedacht over wat vanmiddag het belangrijkste is. Niet het huishouden doen, maar zitten en luisteren. Maria had het nodig om haar olielampje aan te vullen. Martha was zichzelf als een kaars aan het verbranden. Dat maakte blijkbaar uiteindelijk niemand blij.

Heeft u moeite om aan anderen te denken, hen lief te hebben? Heeft u moeite om voor uzelf ruimte te vragen? Houd de Barmhartige Samaritaan maar voor ogen. U mag hetzelfde doen (Lucas 10:37). Dan valt u ook niet in de fout van Martha.
De Heere vraagt van u dat u licht verspreidt. Doe het niet als een kaars. Wees een olielamp. Denk aan anderen. Denk ook aan uzelf. Juist om de anderen te kunnen blijven liefhebben!




Nog beter in vorm raken?

Wij komen graag langs voor toerusting op maat! Bekijk de dienstenpagina voor ons aanbod of stel je vraag via lydia@goedinvorm.nu.

NEEM CONTACT OP

Heb je een tip?

Deel met ons je idee!

STUUR JE TIP IN