Welkom op deze nieuwe site! Veel plezier met rond kijken mocht je verbetervoorstellen hebben dan horen we het graag.

Wat moeten we doen met randkerkelijken?

Veel gemeenten hebben in hun kaartenbak een (groot) aantal leden waarmee ze weinig of geen contact hebben. Hoe leg je verbinding met deze groep 'randkerkelijken'? Johan Timmer doet een handreiking.

De zoektocht van de ander als uitgangspunt

Gemeenteleden die geen bezoek meer wensen van een ouderling en niet deelnemen aan het gemeenteleven, maar nog wel staan ingeschreven als lid van de gemeente, noemen we randkerkelijk. Vaak verwachten kerkenraden dat evangelisatiecommissies hen benaderen en deze mensen op andere gedachten brengen, zodat ze weer gaan meeleven en de erediensten gaan bezoeken. Zo staat het dan ook in de opdracht van de evangelisatiecommissie: Hen bereiken die van het Evangelie en de gemeente zijn vervreemd, ten einde hen terug te brengen in de gemeente, in het bijzonder door het bezoeken van de zondagse erediensten."

Centrum en rand
Als we spreken over een rand, dan moet er ook een centrum zijn. Dat is daar waar gemeenteleden
samenkomen rond het Woord van God, in de erediensten, op de kringen, tijdens de catechese, op huisbezoek, tijdens gemeenteavonden, enz. Geloof komt je niet aanwaaien, het vraagt van ons een inspanning, namelijk aanwezigheid in het midden van de gemeente. Ondertussen weten we ook wel dat deelname aan allerlei kerkelijke activiteiten niet leidt tot een levend geloof. God benut de middelen om ons het geloof te schenken, maar Hij is er niet afhankelijk van. We weten ook dat onze gemeenten vandaag de dag zich met meer bezig houden dan alleen het Evangelie. In een aantal opzichten vormt de gemeente een subcultuur, met eigen gebruiken, gewoontes en (ongeschreven) wetten. Waar mensen samenkomen ontstaan onderlinge afspraken, gebruiken en omgangsvormen.

De apostelen vonden het van groot belang de gemeente te onderwijzen in de manier waarop zij met elkaar omgingen. Dat was, en is, een belangrijk missionair getuigenis. En dat onderwijs miste zijn uitwerking niet. "Ze delen in alles mee als burgers, maar hebben als vreemdelingen alles te lijden. (...) Ze leven "in het vlees", maar niet "naar het vlees". Ze gehoorzamen de vastgestelde wetten, maar in hun eigen leven overtreffen ze die wetten. (...) Ze worden gesmaad, maar ze zegenen," zo verantwoordt een gelovige het gedrag van christenen in de eerste eeuw. Het is interessant en confronterend om na te gaan of wij vandaag de dag aan het zelfde beeld beantwoorden.

Redenen om af te haken
Dan nu de randkerkelijke. Waarom heeft hij of zij afgehaakt? Er zijn tal van redenen te geven en u hebt er waarschijnlijk veel gehoord:

  • "De preek zei me niets meer."
  • "Die en die ouderling hebben ons toen lelijk laten zitten toen."
  • "Gemeentelid X doet "s zondags vroom, maar op maandag flest hij de boel."
  • "Het zegt me allemaal niet zoveel meer."
  • "Ik vind de gemeente zo verstikkend met al die regeltjes."
  • "De vorige dominee kwam tenminste nog op bezoek."
  • "Ik was laatst weer in een kerk, maar er is in 40 jaar niks veranderd."
  • "Het gaat nooit over ons jongeren."
  • "Ik maak al die veranderingen niet mee, ze jagen je de kerk uit met dat nieuwerwetse gedoe."
  • "Alsof de kerk de waarheid in pacht heeft."
  • "Ach, we deden er al niet zo veel meer aan en nu hebben we de knoop doorgehakt."
  • "Als alleengaande voel ik me eigenlijk buitengesloten: de kerk is een gezinsgebeuren."

En zo heeft ieder een ander reden om minder of niet meer mee te leven. En omdat ieder een andere reden heeft, bestaat er ook geen uniforme benadering. Het is ook beter om te kiezen voor een zo persoonlijk mogelijk benadering. We leven in een tijd waarin ieder mens zich in de eerste plaats individu voelt en ook als zodanig behandeld wil worden. Ingedeeld worden in de groep randkerkelijken wordt als onaangenaam ervaren. Het is niet te ontkennen dat er een negatief waardeoordeel aan verbonden is. In het midden is het goed, aan de rand is het minder.

Criteria
Om enigszins greep te krijgen op de term randkerkelijkheid is het dienstig om criteria te gebruiken. Ds. Marius Noorloos ontwikkelde de volgende:

  • Is er sprake van (geregelde) kerkgang?
  • Is er sprake van deelname aan catechese door kinderen?
  • Is er een (betaald) abonnement op het kerkblad?
  • Mag de ouderling op huisbezoek komen?
  • Is er sprake van een (substantiële) vrijwillige bijdrage?

Van de vijf criteria is duidelijk dat zij gemeente gerelateerd zijn. Er wordt niet gevraagd of mensen nog
bijbellezen of bidden, zich aan de tien geboden houden of welke andere persoonlijke geloofsactiviteit dan ook. Nu is het niet zo dat iemand die "tekortschiet" in een of twee van de vijf criteria als randkerkelijk moet worden beschouwd. Criteria dienen helder en onderscheidend te zijn. De nuance wordt aangebracht in het gebruik ervan. Toch geven ze een bruikbare aanwijzing van (het begin van) afhaken.

Vragenlijst
Het is van belang er achter te komen wat de drijfveren zijn van iemand die randkerkelijk is geworden. De beste manier is natuurlijk om in gesprek te gaan. Daarbij kunt u rechtstreeks vragen naar de motieven. Dat is een confronterende en heldere manier. Het kan geen kwaad om ook andere dingen aan de orde te stellen. Want afnemende kerkelijke betrokkenheid betekent niet automatisch minder bezig zijn met geloof. De ander zal daar niet snel zelf over beginnen, maar als u er naar vraagt zult u wellicht opmerkelijke antwoorden vernemen.

Ds. Marius Noorloos heeft een korte vragenlijst ontworpen die opmerkelijke gegevens op kan leveren. Bij de vragenlijst is ook een korte toelichting over het enquêteren van randkerkelijken te downloaden. Een aantal geïnterviewden gaf te kennen dat alleen al het afnemen van de enquête hen der mate aan het denken had gezet, dat ze de (kerkelijk) draad weer oppakten! Het zal ook bij de interviewers het beeld van randkerkelijken en kerkverlaters grondig wijzigen.

Uit onderzoeken is gebleken dat buiten de kerk zeer geregeld wordt gebeden en in de Bijbel wordt gelezen. Vraag is wel hoe lang mensen dat volhouden. In het Nieuwe Testament wordt veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de geloofsgemeenschap. Gelovigen hebben elkaar hard nodig om te blijven geloven. Met het geloof is ook de geloofsgemeenschap geschonken en geboden!

In een groeiend aantal gevallen zult u moeten constateren dat er bij randkerkelijken wel sprake is van interesse in religiositeit en zelfs in het christelijk geloof, maar een zekere weerzin tegen het instituut kerk bestaat. De kerk is niet het enige instituut dat te lijden heeft onder impopulariteit. Nederlanders stellen zich meer en meer op als kritische consumenten die producten afnemen en daar wel voor willen betalen maar geen betrokkenheid wensen. "Het is goed dat er een kerk is, maar daar verbind ik geen persoonlijke consequenties aan."

Andere wegen?
De mogelijkheid bestaat dat er buiten en los van de gemeente iets nieuws ontstaat. Iets wat wij niet direct herkennen als kerk of gemeente, maar dat toch de kiem van een geloofsgemeenschap in zich heeft. Wellicht is dit nieuwe in staat om diegene te bereiken die buiten het bereik van de klassieke gemeente liggen. Maar ook hierbij is onderlinge gemeenschap onontbeerlijk en mag er naar betrokkenheid gevraagd worden. In die zin blijft het nieuwe ook kwetsbaar. Groepen buiten of los van de gemeente hebben niet onze voorkeur, om tal van redenen. Maar liefde maakt vindingrijk. Als wij de ander willen bereiken met het Evangelie, ook de afhaker, de randkerkelijke, en juist de gemeente blijkt het struikelblok, is het dan afgelopen? Of zoeken we in onze bewogenheid naar andere wegen?

Hoe ouder we zijn en hoe meer gewend aan kerkelijke activiteiten die met regelmaat en orde plaatsvinden, hoe moeilijker we het vinden om begrip op te brengen voor mensen die op een andere wijze met de vormgeving van het geloof omgaan. Natuurlijk is een weekendje naar een klooster best een positieve ervaring, maar daar kun je toch geen half jaar mee vooruit? En natuurlijk is het aardig als mensen zeggen naar "Hour of Power" te kijken en naar "Songs of Praise" of "Nederland zingt en helpt", maar dat vervangt toch geen kerkdienst? En een gesprek over een goede film staat toch niet in vergelijking met een degelijke bijbelstudie? Helemaal waar. U hoeft uw persoonlijke moeite ermee niet onder stoelen of banken te steken, maar de toon maakt de muziek. Gaan we onze kerkelijke meetlat aanleggen? Dan zijn we snel uitgepraat.

Hebt u het geduld, de tact en de liefde om toch samen op te blijven lopen? Kunt u de openheid opbrengen om uit dat "andere" ook iets te halen? In elke goede film gaat het over goed en kwaad, over het verlangen naar recht en angst voor de chaos. Daar zit iets van paradijsheimwee in. In een weekendje klooster zit soms meer stilte en inkeer dan wij in de kerk kunnen opbrengen.

Trek ook grenzen. Bij voorbeeld als het gaat om het paranormale. Of bij andere religies, zonder dat u zich daar overigens negatief over uitlaat. Een gesprek over de drijfveren achter religies kan heel vruchtbaar zijn. Maar daarvoor hoeft u niet per se naar een moskee, een yogameditatie of een hindoetempel.

Waarheen?
Vraag God voortdurend om u de weg te wijzen. Het is niet gezegd dat u de hele weg met de ander aflegt. Maar zolang u samen optrekt bent u een volgeling van Jezus Christus en kan de ander door u heen een glimp van Hem opvangen. Het onderdak voor een eventuele nieuwe gelovige of iemand die opnieuw gaat geloven is niet uw verantwoordelijkheid. Natuurlijk mag u helpen zoeken. En al gaat het volgens ons niet zoals het wel zou moeten, weten wij wat God met Zijn nieuwe volgeling nog voor plannen heeft en wegen gaat? Laten we niet proberen de Geest te belemmeren of op te sluiten in onze beperkingen.

Johan Timmer, missionair toeruster IZB




Nog beter in vorm raken?

Wij komen graag langs voor toerusting op maat! Bekijk de dienstenpagina voor ons aanbod of stel je vraag via lydia@goedinvorm.nu.

NEEM CONTACT OP

Heb je een tip?

Deel met ons je idee!

STUUR JE TIP IN